Chords for [1959] Teddy Scholten - "Een Beetje" (The Netherlands)
Tempo:
72.65 bpm
Chords used:
Eb
F
Gm
Bb
G
Tuning:Standard Tuning (EADGBE)Capo:+0fret
![[1959] Teddy Scholten - "Een Beetje" (The Netherlands) chords](https://i.ytimg.com/vi/vy7yi42y-qM/mqdefault.jpg)
Start Jamming...
[F] [Bb] [Gm]
[Eb] Ik wou dat je hart een kast was [Ebm] met een deurtje
[Eb] en dat ik kon kijken in het [Gb] interieurtje.
Dan [Bb] moest je oprecht zijn, goed of [Cm] slecht, maar echt zijn.
En dan [G] zei je al gauw, [Bb] als ik vroeg, ben je [Gm] trouw.
Een beetje verliefd is iedereen, welis dat weet je.
[Eb] Je wilt verstandig zijn, maar [C] dat vergeet je,
[Gm] zodra je naar wat amor [C] [F] fluistert, luistert, [Eb] dan weet je.
[Eb] Dat wordt weer net zoiets als [Cm] Paus den Greek,
met [Gm] rendezvous in een klein café'tje en slenteren in [Eb] de maneschijn.
Met roze geur en kussen bij het afscheid aan de deur.
[Cm] De [F] nacht is blauw, [C] je fluistert mond aan mond, [F] ik zweer je eeuwig [Eb] trouw.
Een beetje verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
Je hart kwam [Gm] wel eens meer op een ideetje.
Dat weet [Ab] je maar, ach weet je, soms vergeet je wel een [F] beetje,
gauw je eet je
[Eb] wantrouw.
[Gm] [Eb] Maar toch ben ik blij dat [Ebm] mijn hart ook geen deur heeft,
[Eb] want je weet nooit wat daar in [Gb] het interieur leeft.
[Fm] Wel [Bb] wil ik beloven [G] als we ons [C] verloven.
[F] En je vraagt, ben je [Bb] trouw?
zeg ik [Gm] nooit tegen jou.
[F] [Eb]
[B] [Gm]
[Eb] [Gm] [Bb] [Eb]
[G] [C] [Eb]
Met roze geur [Ab] en kussen bij het afscheid aan de deur.
[F] De [G] nacht is blauw, [Fm] je fluistert mond aan mond, ik zweer je eeuwig [Ebm] trouw.
Een beetje [F] verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
[Eb]
Je hart kwam wel [G] eens meer op een [E] ideetje.
Dat weet je maar, ach weet je, soms [G] vergeet je wel een beetje,
gauw je [F] eet je [Eb] wantrouw.
[Eb] Ik wou dat je hart een kast was [Ebm] met een deurtje
[Eb] en dat ik kon kijken in het [Gb] interieurtje.
Dan [Bb] moest je oprecht zijn, goed of [Cm] slecht, maar echt zijn.
En dan [G] zei je al gauw, [Bb] als ik vroeg, ben je [Gm] trouw.
Een beetje verliefd is iedereen, welis dat weet je.
[Eb] Je wilt verstandig zijn, maar [C] dat vergeet je,
[Gm] zodra je naar wat amor [C] [F] fluistert, luistert, [Eb] dan weet je.
[Eb] Dat wordt weer net zoiets als [Cm] Paus den Greek,
met [Gm] rendezvous in een klein café'tje en slenteren in [Eb] de maneschijn.
Met roze geur en kussen bij het afscheid aan de deur.
[Cm] De [F] nacht is blauw, [C] je fluistert mond aan mond, [F] ik zweer je eeuwig [Eb] trouw.
Een beetje verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
Je hart kwam [Gm] wel eens meer op een ideetje.
Dat weet [Ab] je maar, ach weet je, soms vergeet je wel een [F] beetje,
gauw je eet je
[Eb] wantrouw.
[Gm] [Eb] Maar toch ben ik blij dat [Ebm] mijn hart ook geen deur heeft,
[Eb] want je weet nooit wat daar in [Gb] het interieur leeft.
[Fm] Wel [Bb] wil ik beloven [G] als we ons [C] verloven.
[F] En je vraagt, ben je [Bb] trouw?
zeg ik [Gm] nooit tegen jou.
[F] [Eb]
[B] [Gm]
[Eb] [Gm] [Bb] [Eb]
[G] [C] [Eb]
Met roze geur [Ab] en kussen bij het afscheid aan de deur.
[F] De [G] nacht is blauw, [Fm] je fluistert mond aan mond, ik zweer je eeuwig [Ebm] trouw.
Een beetje [F] verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
[Eb]
Je hart kwam wel [G] eens meer op een [E] ideetje.
Dat weet je maar, ach weet je, soms [G] vergeet je wel een beetje,
gauw je [F] eet je [Eb] wantrouw.
Key:
Eb
F
Gm
Bb
G
Eb
F
Gm
_ [F] _ _ [Bb] _ _ _ [Gm] _ _
[Eb] Ik wou dat je hart een kast was [Ebm] met een deurtje
[Eb] en dat ik kon kijken in het [Gb] interieurtje.
Dan [Bb] moest je oprecht zijn, goed of [Cm] slecht, maar echt zijn.
En dan [G] zei je al gauw, [Bb] als ik vroeg, ben je [Gm] trouw.
Een beetje verliefd is iedereen, welis dat weet je.
[Eb] Je wilt verstandig zijn, maar [C] dat vergeet je,
[Gm] zodra je naar wat amor [C] [F] fluistert, luistert, [Eb] dan weet je.
[Eb] Dat wordt weer net zoiets als [Cm] Paus den Greek,
met [Gm] rendezvous in een klein café'tje en slenteren in [Eb] de maneschijn.
Met roze geur en kussen bij het afscheid aan de deur.
[Cm] De [F] nacht is blauw, [C] je fluistert mond aan mond, [F] ik zweer je eeuwig [Eb] trouw.
Een beetje verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
Je hart kwam [Gm] wel eens meer op een ideetje.
Dat weet [Ab] je maar, ach weet je, soms vergeet je wel een [F] beetje,
gauw je eet je _
[Eb] _ wantrouw.
_ [Gm] _ _ [Eb] Maar toch ben ik blij dat [Ebm] mijn hart ook geen deur heeft,
[Eb] want je weet nooit wat daar in [Gb] het interieur leeft.
[Fm] Wel [Bb] wil ik beloven [G] als we ons [C] verloven.
[F] En je vraagt, ben je [Bb] trouw?
zeg ik [Gm] nooit tegen jou. _
_ [F] _ _ _ [Eb] _ _ _ _
_ [B] _ _ [Gm] _ _ _ _ _
_ [Eb] _ [Gm] _ _ [Bb] _ [Eb] _ _ _
_ [G] _ _ [C] _ _ [Eb] _ _
Met roze geur [Ab] en kussen bij het afscheid aan de deur.
[F] De [G] nacht is blauw, [Fm] je fluistert mond aan mond, ik zweer je eeuwig [Ebm] trouw.
Een beetje [F] verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
[Eb]
Je hart kwam wel [G] eens meer op een [E] ideetje.
Dat weet je maar, ach weet je, soms [G] vergeet je wel een beetje,
gauw je [F] eet je _ [Eb] wantrouw. _ _
_ _ _ _ _ _ _ _
[Eb] Ik wou dat je hart een kast was [Ebm] met een deurtje
[Eb] en dat ik kon kijken in het [Gb] interieurtje.
Dan [Bb] moest je oprecht zijn, goed of [Cm] slecht, maar echt zijn.
En dan [G] zei je al gauw, [Bb] als ik vroeg, ben je [Gm] trouw.
Een beetje verliefd is iedereen, welis dat weet je.
[Eb] Je wilt verstandig zijn, maar [C] dat vergeet je,
[Gm] zodra je naar wat amor [C] [F] fluistert, luistert, [Eb] dan weet je.
[Eb] Dat wordt weer net zoiets als [Cm] Paus den Greek,
met [Gm] rendezvous in een klein café'tje en slenteren in [Eb] de maneschijn.
Met roze geur en kussen bij het afscheid aan de deur.
[Cm] De [F] nacht is blauw, [C] je fluistert mond aan mond, [F] ik zweer je eeuwig [Eb] trouw.
Een beetje verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
Je hart kwam [Gm] wel eens meer op een ideetje.
Dat weet [Ab] je maar, ach weet je, soms vergeet je wel een [F] beetje,
gauw je eet je _
[Eb] _ wantrouw.
_ [Gm] _ _ [Eb] Maar toch ben ik blij dat [Ebm] mijn hart ook geen deur heeft,
[Eb] want je weet nooit wat daar in [Gb] het interieur leeft.
[Fm] Wel [Bb] wil ik beloven [G] als we ons [C] verloven.
[F] En je vraagt, ben je [Bb] trouw?
zeg ik [Gm] nooit tegen jou. _
_ [F] _ _ _ [Eb] _ _ _ _
_ [B] _ _ [Gm] _ _ _ _ _
_ [Eb] _ [Gm] _ _ [Bb] _ [Eb] _ _ _
_ [G] _ _ [C] _ _ [Eb] _ _
Met roze geur [Ab] en kussen bij het afscheid aan de deur.
[F] De [G] nacht is blauw, [Fm] je fluistert mond aan mond, ik zweer je eeuwig [Ebm] trouw.
Een beetje [F] verliefd was je wel meer, meneer, dat weet je.
[Eb]
Je hart kwam wel [G] eens meer op een [E] ideetje.
Dat weet je maar, ach weet je, soms [G] vergeet je wel een beetje,
gauw je [F] eet je _ [Eb] wantrouw. _ _
_ _ _ _ _ _ _ _