Chords for BabyTV babytijd - sneeuw
Tempo:
116.9 bpm
Chords used:
Eb
G
Gb
Ab
B
Tuning:Standard Tuning (EADGBE)Capo:+0fret

Jam Along & Learn...
[G] Zijn jullie er klaar voor?
Daar gaan we!
[Gm] tijd.
[E] raadsel maakt me ook zo [D] blij.
[Bm] hele dag, toch weet jij [Am] dat ik jou wel mag.
[Ab] verpest je nou dit [Eb] niet?
[A] Amas!
Naar het bos en naar de zee.
Daar gaan we!
[Gm] tijd.
[E] raadsel maakt me ook zo [D] blij.
[Bm] hele dag, toch weet jij [Am] dat ik jou wel mag.
[Ab] verpest je nou dit [Eb] niet?
[A] Amas!
Naar het bos en naar de zee.
100% ➙ 117BPM
Eb
G
Gb
Ab
B
Eb
G
Gb
_ [G] _ _ Zijn jullie er klaar voor?
Daar gaan we!
[Gm] Wij [Eb] hebben hier een heerlijk fijne [Gm] tijd.
Lol [Eb] en plezier, ja dat is [D] hier echt een feit.
Elk [E] raadsel maakt me ook zo [D] blij.
Als je iets niet weet, dan vraag je mij.
We ruzien de [Bm] hele dag, toch weet jij [Am] dat ik jou wel mag.
[Eb] Groten, maak ik niet.
Waarom [Ab] verpest je nou dit [Eb] niet?
Doe ik niet.
Doe je [D] wel? _
[A] Amas!
En de kleintjes neem ik mee.
[A] En de kleintjes neem ik [Am] mee.
Naar het bos en naar de zee.
Naar de zee.
Ah, dat is spannend.
[Gbm] Oh, ik vond ook de muis zo klein.
[Ab] Ho!
Mag ik het nu?
Mag ik het nu zijn?
Zing, [Abm] zing!
Ik ben blij, altijd!
[Gm] Oh, ik ben mijn [C] tekst weer kwijt!
Kijk nou [Db] toch!
Zijn ze niet [D] fantastisch?
Ja toch?
[Gm] Wij hebben hier [G] een heerlijk [Ab] fijne [Am] tijd.
Mag allemaal met [D] ons spelen.
Je krijgt [G] echt geen zwaar.
_ _ _ _ [D] _ _ _
_ [B] _ _ _ [G] _ _ [B] _ _
[G] _ _ [B] _ _ [G] _ _ [Gb] _
Oh, wow!
Dit [B] is allemaal zo [Eb] ontzettend mooi!
Het [E] is alleen [Db] jammer dat de sneeuw onze plannen in de war heeft [E] gebracht.
_ [G] Vandaag wilde ik de kleintjes de moestuin laten zien.
[Dbm] _
[Gb] Maar met deze sneeuw is dat [G] _ onmogelijk.
Oh, die arme kleintjes.
Ik hoop maar dat ze niet [B] teleurgesteld zijn.
[Db] _ _ _ _
[Eb] Meneer Nijbo!
_ _ _ _ [Gb] _ _
[Abm] _ _ [Bbm] _ _ [G] _ _ _ _
_ _ _ [Gb] Hallo, mijn kleintjes.
[D] Oh, ik kan er helemaal [Gb] niet tegen om hun [D] kleine treurige gezichtjes te zien.
We moeten vandaag naar de [C] moestuin gaan, ondanks de [Db] sneeuw.
Kinderen, we gaan vandaag naar de moestuin.
Yeah!
_ [Am] _
_ _ [Gb] Ik had gehoopt de kleintjes naar de moestuin te kunnen brengen.
In de car.
Maar [Gm] kijk, de wielen zitten vast in de sneeuw.
Ik moet iets anders gebruiken dan de car.
Wat gebruik je in de sneeuw in plaats [Db] van een kar?
[D] _ _ [Db] _ _ Aha, ik weet het!
Een slee!
In de sneeuw gebruik je [Eb] een slee.
_ Kom op, kinderen.
Hup, op de snee!
[Ab] [Eb] Hey! _ _
_ _ _ _ [Ab] _ _ [Eb] _ _
[Ab] _ _ [Eb] _ _ [Ab] _ _ [Eb] _ _
[Ab] _ _ [Eb] _ _ [Ab] _ [Eb] Zitten jullie [Ab] allemaal lekker?
[Eb] _ [Ab] Ja hoor!
[Eb] _ _
[Ab] _ [Eb] Goed, daar [Fm] gaan we dan.
[Gb] _ _
[Eb] _ _ [Gb] _ _ [B] _ _ [Bbm] _ _
[Am] Ja!
[Ab] _ _ [Db] _ _ [Gb] _ _
[Abm] _ _ [Bbm] _ _ [B] _ _ [Db] _ _
_ _ _ _ _ _ [Gb] _ _
[B] _ Zo, _ daar zijn we.
Kijk nou toch eens hoe prachtig de [Ebm] moestuin is.
[Gb] Alles onder een sneeuwlaag.
Meneer Nijbo, [Ab] kunnen we vogelverschrikken maken?
Oh, het spijt me liefje.
Maar je kunt geen vogelverschrikken maken in de sneeuw. _
_ _ [G] _ _ _ _ _ _
Ze heeft gelijk.
Ik heb hen beloofd een vogelverschrikker in de moestuin te maken.
Maar hoe maak je een vogelverschrikker in de sneeuw?
Ik moet iets anders bedenken.
Maar wat maak je in de sneeuw in plaats van een [D] vogelverschrikker?
_ _ _ _ [Gb] _
_ _ [Cm] Hier moet [B] ik over nadenken. _
[Bm] _ _ _ [B] _ _ _ _ _
_ _ _ _ Oh, wat een slimme kleine kinderen.
_ Ze hebben al een [E] _ sneeuwpop _ gemaakt.
Weet je, ik heb de kinderen ook beloofd om vandaag te voetballen.
Maar wat kan ik gebruiken in plaats van een bal?
Oh, wat was [G] dat? _ _ _
_ _ [B] _ _ [Dbm] _ _ [Eb] _
[Dbm] Stoute, lieve [B] kleintjes.
_ [Db] _ _ [Ebm] _
Oh.
[Gb] _ _ [G] _ _ _ [Bm] _ _
[G] Oh.
[B] _ _ [G] _ _ [Dbm] _ _
[Gb] _ _ [B] _ _ _ _ _ _
_ _ Oh. Ho [Gb] ho!
Ha [G] _
ha ha!
_ _ [Am] _ Haha!
[D] _ _ _ _ [G] _ _ _ [Eb] _
_ _ [G] _ _ _ _ _ _
Daar gaan we!
[Gm] Wij [Eb] hebben hier een heerlijk fijne [Gm] tijd.
Lol [Eb] en plezier, ja dat is [D] hier echt een feit.
Elk [E] raadsel maakt me ook zo [D] blij.
Als je iets niet weet, dan vraag je mij.
We ruzien de [Bm] hele dag, toch weet jij [Am] dat ik jou wel mag.
[Eb] Groten, maak ik niet.
Waarom [Ab] verpest je nou dit [Eb] niet?
Doe ik niet.
Doe je [D] wel? _
[A] Amas!
En de kleintjes neem ik mee.
[A] En de kleintjes neem ik [Am] mee.
Naar het bos en naar de zee.
Naar de zee.
Ah, dat is spannend.
[Gbm] Oh, ik vond ook de muis zo klein.
[Ab] Ho!
Mag ik het nu?
Mag ik het nu zijn?
Zing, [Abm] zing!
Ik ben blij, altijd!
[Gm] Oh, ik ben mijn [C] tekst weer kwijt!
Kijk nou [Db] toch!
Zijn ze niet [D] fantastisch?
Ja toch?
[Gm] Wij hebben hier [G] een heerlijk [Ab] fijne [Am] tijd.
Mag allemaal met [D] ons spelen.
Je krijgt [G] echt geen zwaar.
_ _ _ _ [D] _ _ _
_ [B] _ _ _ [G] _ _ [B] _ _
[G] _ _ [B] _ _ [G] _ _ [Gb] _
Oh, wow!
Dit [B] is allemaal zo [Eb] ontzettend mooi!
Het [E] is alleen [Db] jammer dat de sneeuw onze plannen in de war heeft [E] gebracht.
_ [G] Vandaag wilde ik de kleintjes de moestuin laten zien.
[Dbm] _
[Gb] Maar met deze sneeuw is dat [G] _ onmogelijk.
Oh, die arme kleintjes.
Ik hoop maar dat ze niet [B] teleurgesteld zijn.
[Db] _ _ _ _
[Eb] Meneer Nijbo!
_ _ _ _ [Gb] _ _
[Abm] _ _ [Bbm] _ _ [G] _ _ _ _
_ _ _ [Gb] Hallo, mijn kleintjes.
[D] Oh, ik kan er helemaal [Gb] niet tegen om hun [D] kleine treurige gezichtjes te zien.
We moeten vandaag naar de [C] moestuin gaan, ondanks de [Db] sneeuw.
Kinderen, we gaan vandaag naar de moestuin.
Yeah!
_ [Am] _
_ _ [Gb] Ik had gehoopt de kleintjes naar de moestuin te kunnen brengen.
In de car.
Maar [Gm] kijk, de wielen zitten vast in de sneeuw.
Ik moet iets anders gebruiken dan de car.
Wat gebruik je in de sneeuw in plaats [Db] van een kar?
[D] _ _ [Db] _ _ Aha, ik weet het!
Een slee!
In de sneeuw gebruik je [Eb] een slee.
_ Kom op, kinderen.
Hup, op de snee!
[Ab] [Eb] Hey! _ _
_ _ _ _ [Ab] _ _ [Eb] _ _
[Ab] _ _ [Eb] _ _ [Ab] _ _ [Eb] _ _
[Ab] _ _ [Eb] _ _ [Ab] _ [Eb] Zitten jullie [Ab] allemaal lekker?
[Eb] _ [Ab] Ja hoor!
[Eb] _ _
[Ab] _ [Eb] Goed, daar [Fm] gaan we dan.
[Gb] _ _
[Eb] _ _ [Gb] _ _ [B] _ _ [Bbm] _ _
[Am] Ja!
[Ab] _ _ [Db] _ _ [Gb] _ _
[Abm] _ _ [Bbm] _ _ [B] _ _ [Db] _ _
_ _ _ _ _ _ [Gb] _ _
[B] _ Zo, _ daar zijn we.
Kijk nou toch eens hoe prachtig de [Ebm] moestuin is.
[Gb] Alles onder een sneeuwlaag.
Meneer Nijbo, [Ab] kunnen we vogelverschrikken maken?
Oh, het spijt me liefje.
Maar je kunt geen vogelverschrikken maken in de sneeuw. _
_ _ [G] _ _ _ _ _ _
Ze heeft gelijk.
Ik heb hen beloofd een vogelverschrikker in de moestuin te maken.
Maar hoe maak je een vogelverschrikker in de sneeuw?
Ik moet iets anders bedenken.
Maar wat maak je in de sneeuw in plaats van een [D] vogelverschrikker?
_ _ _ _ [Gb] _
_ _ [Cm] Hier moet [B] ik over nadenken. _
[Bm] _ _ _ [B] _ _ _ _ _
_ _ _ _ Oh, wat een slimme kleine kinderen.
_ Ze hebben al een [E] _ sneeuwpop _ gemaakt.
Weet je, ik heb de kinderen ook beloofd om vandaag te voetballen.
Maar wat kan ik gebruiken in plaats van een bal?
Oh, wat was [G] dat? _ _ _
_ _ [B] _ _ [Dbm] _ _ [Eb] _
[Dbm] Stoute, lieve [B] kleintjes.
_ [Db] _ _ [Ebm] _
Oh.
[Gb] _ _ [G] _ _ _ [Bm] _ _
[G] Oh.
[B] _ _ [G] _ _ [Dbm] _ _
[Gb] _ _ [B] _ _ _ _ _ _
_ _ Oh. Ho [Gb] ho!
Ha [G] _
ha ha!
_ _ [Am] _ Haha!
[D] _ _ _ _ [G] _ _ _ [Eb] _
_ _ [G] _ _ _ _ _ _