Chords for BabyTV babytijd - verjaardag
Tempo:
87.9 bpm
Chords used:
G
D
Eb
Am
F
Tuning:Standard Tuning (EADGBE)Capo:+0fret

Jam Along & Learn...
[Eb] [G] [Gb] Zijn jullie er klaar voor?
gaan [G] we!
plezier, ja dat is hier echt een [G] feit.
We ruzien de hele dag, toch weet [Am] jij dat ik jou [D] wel mag.
verpest je nou de [Eb] kind?
neem ik mee.
[F] Ooghant, Ooghant houdt de [G] meisje klein.
altijd.
gaan [G] we!
plezier, ja dat is hier echt een [G] feit.
We ruzien de hele dag, toch weet [Am] jij dat ik jou [D] wel mag.
verpest je nou de [Eb] kind?
neem ik mee.
[F] Ooghant, Ooghant houdt de [G] meisje klein.
altijd.
100% ➙ 88BPM
G
D
Eb
Am
F
G
D
Eb
_ [Eb] _ _ [G] _ [Gb] Zijn jullie er klaar voor?
Daar gaan [G] we!
Wij [Eb] hebben hier een heerlijk fijne tijd.
Lol en plezier, ja dat is hier echt een [G] feit.
Elk [E] raadsel maakt me oh [Bm] zo blij.
Als je iets niet weet, dan [D] vraag je mij.
We ruzien de hele dag, toch weet [Am] jij dat ik jou [D] wel mag.
Groten [Eb] maak ik niet.
Waarom verpest je nou de [Eb] kind?
Doe ik niet.
[D] Doe je dan?
Thomas!
[A] En de kleintjes neem ik mee.
_ _ [Am] Naar het bos en naar de zee.
[F] Ooghant, Ooghant houdt de [G] meisje klein.
[Ab] Want dat ik jouw [A] maagheid nu zijn.
Zing jongen, dat houdt hij altijd.
Oei, maar [C] mijn tekst ben ik kwijt.
Kijk [Db] nou toch, zijn ze niet fantastisch, ja toch?
[Gm] Wij hebben [G] hier een heerlijk fijne [Ab] tijd.
[Am] Laat allemaal met ons [D] mee, je krijgt [G] echt geen spijt. _ _ _ _
_ _ _ _ [Bm] _ _ _ _
_ _ _ [D] _ _ [G] Eén, twee, _ [D] drie, ja!
[G] _ _
Mijn beurt, nu ben ik aan [Em] de beurt.
Ik ben ook jarig [D] vandaag.
_ _ [G] En [Dm] ik ben één jaar ouder dan muis, dus jullie moeten bij mij tot vier tellen.
[D] _ _ _ _
_ _ Eén, twee, _ _ _ drie, _ vier.
_ [Am] _ _
[Ab] _ Dat was leuk, [Eb] maar erg vermoeiend.
Muis, ben jij ook [E] zo moe?
Oh, ja, ja, ja, ja.
Ik ben ook erg moe.
Heel erg [G] moe.
Zo, we zijn heel erg moe.
[F] Ja, wij zijn [G] heel erg moe.
Oké, tot ziens allemaal.
Dankjewel voor jullie komst op ons verjaardagsfeestje.
[Ebm] _ _ [D] _ _ [G] _ Dat was een gezellig verjaardagsfeestje, vind je niet muis?
Fantastisch, geweldig.
Het was echt heel gezellig, olifant.
Maar er is nog één heel belangrijk ding dat we vergeten zijn.
Ja, één heel belangrijk ding.
Eh, wat dan?
Cadeautjes uitpakken!
_ Cadeautjes, cadeautjes, cadeautjes, cadeautjes.
[E] Muis, jij pakt jouw [Eb] cadeautjes uit [Bm] en ik de mijne.
Maar [F] olifant, hoe weten we welk cadeau voor mij is [G] en welk voor jou?
[F] Eh, dat maakt niet uit [G] hoor.
Het belangrijkste is dat we ze [B] openmaken.
_ [Bb] _ _
_ [A] _ _ [N] Wow, _ _ _ _ kijk.
O, kijk, een pet. _ _
Muis, vind je dat deze pet mij goed staat?
Eh, eh, eh, _ olifant, waar ben je?
Ik kan je helemaal niet zien.
Oh, oh, [G] kijk muis nou.
Hij is zo grappig. _ _
Zijn pet is te groot voor hem.
Wat krijgen [Bbm] we nou?
[Am] Moet je olifant zien.
[D] Zijn pet is veel te klein voor [G] hem.
[Bbm] _ _ _ [D]
Muis, de peten passen ons niet.
[Eb] [Ab] Wat zullen we doen?
[Db] Ik weet het niet.
[Gb] Wat zullen we doen?
[G] Wat [Bm] zullen we doen? _ _
_ _ [G] Aha, natuurlijk, nu snap ik het.
Olifant, jij bent groot, dus de grote [Gb] pet is voor jou.
En jij muis, jij bent klein, [G] dus de kleine pet is voor jou. _
[D] _ _ Muis, je ziet er heel goed uit met je kleine pet, joh.
En [Ab] jij ziet er heel goed uit [D] met je grote pet, olifant.
Applaus voor ons.
Yippie.
_ _ _ _ Hé muis, [B] weet je wat we [D] vergeten zijn?
Nee.
[Dm] Wij zijn onze verjaardagstaart vergeten.
Oh ja, je hebt gelijk.
We zijn onze verjaardagstaart [Ab] vergeten.
_ _ _ Wauw, wat een grote verjaardagstaart.
_ [F] Oeh, wat een kleine verjaardagstaart.
[D] Eh, muis, ik denk dat we weer moeten ruilen.
We hebben alle [Gbm] twee de verkeerde [D] taart.
_ Nee hoor, [G] deze taart is precies goed voor mij.
[Bbm] _ _
Kom nou muis, jij [G] bent klein, dus de kleine taart is voor jou, [Eb] toch?
[Gm] Ik snap wel wat je bedoelt, [G] olifant, maar ik kan deze taart best niet lopen hoor.
[D] _ _ _ _ _ [F] _
_ [Dm] Oh, kijk [G] muis. _ _ _ _
_ _ _ [Eb] Ha, [G] ha, ha. _
[Am] _ _ [D] _ _ [G] Tartoffee.
_ [Eb] _ _ [G] _ _ _ _ _ [N] _ _
Daar gaan [G] we!
Wij [Eb] hebben hier een heerlijk fijne tijd.
Lol en plezier, ja dat is hier echt een [G] feit.
Elk [E] raadsel maakt me oh [Bm] zo blij.
Als je iets niet weet, dan [D] vraag je mij.
We ruzien de hele dag, toch weet [Am] jij dat ik jou [D] wel mag.
Groten [Eb] maak ik niet.
Waarom verpest je nou de [Eb] kind?
Doe ik niet.
[D] Doe je dan?
Thomas!
[A] En de kleintjes neem ik mee.
_ _ [Am] Naar het bos en naar de zee.
[F] Ooghant, Ooghant houdt de [G] meisje klein.
[Ab] Want dat ik jouw [A] maagheid nu zijn.
Zing jongen, dat houdt hij altijd.
Oei, maar [C] mijn tekst ben ik kwijt.
Kijk [Db] nou toch, zijn ze niet fantastisch, ja toch?
[Gm] Wij hebben [G] hier een heerlijk fijne [Ab] tijd.
[Am] Laat allemaal met ons [D] mee, je krijgt [G] echt geen spijt. _ _ _ _
_ _ _ _ [Bm] _ _ _ _
_ _ _ [D] _ _ [G] Eén, twee, _ [D] drie, ja!
[G] _ _
Mijn beurt, nu ben ik aan [Em] de beurt.
Ik ben ook jarig [D] vandaag.
_ _ [G] En [Dm] ik ben één jaar ouder dan muis, dus jullie moeten bij mij tot vier tellen.
[D] _ _ _ _
_ _ Eén, twee, _ _ _ drie, _ vier.
_ [Am] _ _
[Ab] _ Dat was leuk, [Eb] maar erg vermoeiend.
Muis, ben jij ook [E] zo moe?
Oh, ja, ja, ja, ja.
Ik ben ook erg moe.
Heel erg [G] moe.
Zo, we zijn heel erg moe.
[F] Ja, wij zijn [G] heel erg moe.
Oké, tot ziens allemaal.
Dankjewel voor jullie komst op ons verjaardagsfeestje.
[Ebm] _ _ [D] _ _ [G] _ Dat was een gezellig verjaardagsfeestje, vind je niet muis?
Fantastisch, geweldig.
Het was echt heel gezellig, olifant.
Maar er is nog één heel belangrijk ding dat we vergeten zijn.
Ja, één heel belangrijk ding.
Eh, wat dan?
Cadeautjes uitpakken!
_ Cadeautjes, cadeautjes, cadeautjes, cadeautjes.
[E] Muis, jij pakt jouw [Eb] cadeautjes uit [Bm] en ik de mijne.
Maar [F] olifant, hoe weten we welk cadeau voor mij is [G] en welk voor jou?
[F] Eh, dat maakt niet uit [G] hoor.
Het belangrijkste is dat we ze [B] openmaken.
_ [Bb] _ _
_ [A] _ _ [N] Wow, _ _ _ _ kijk.
O, kijk, een pet. _ _
Muis, vind je dat deze pet mij goed staat?
Eh, eh, eh, _ olifant, waar ben je?
Ik kan je helemaal niet zien.
Oh, oh, [G] kijk muis nou.
Hij is zo grappig. _ _
Zijn pet is te groot voor hem.
Wat krijgen [Bbm] we nou?
[Am] Moet je olifant zien.
[D] Zijn pet is veel te klein voor [G] hem.
[Bbm] _ _ _ [D]
Muis, de peten passen ons niet.
[Eb] [Ab] Wat zullen we doen?
[Db] Ik weet het niet.
[Gb] Wat zullen we doen?
[G] Wat [Bm] zullen we doen? _ _
_ _ [G] Aha, natuurlijk, nu snap ik het.
Olifant, jij bent groot, dus de grote [Gb] pet is voor jou.
En jij muis, jij bent klein, [G] dus de kleine pet is voor jou. _
[D] _ _ Muis, je ziet er heel goed uit met je kleine pet, joh.
En [Ab] jij ziet er heel goed uit [D] met je grote pet, olifant.
Applaus voor ons.
Yippie.
_ _ _ _ Hé muis, [B] weet je wat we [D] vergeten zijn?
Nee.
[Dm] Wij zijn onze verjaardagstaart vergeten.
Oh ja, je hebt gelijk.
We zijn onze verjaardagstaart [Ab] vergeten.
_ _ _ Wauw, wat een grote verjaardagstaart.
_ [F] Oeh, wat een kleine verjaardagstaart.
[D] Eh, muis, ik denk dat we weer moeten ruilen.
We hebben alle [Gbm] twee de verkeerde [D] taart.
_ Nee hoor, [G] deze taart is precies goed voor mij.
[Bbm] _ _
Kom nou muis, jij [G] bent klein, dus de kleine taart is voor jou, [Eb] toch?
[Gm] Ik snap wel wat je bedoelt, [G] olifant, maar ik kan deze taart best niet lopen hoor.
[D] _ _ _ _ _ [F] _
_ [Dm] Oh, kijk [G] muis. _ _ _ _
_ _ _ [Eb] Ha, [G] ha, ha. _
[Am] _ _ [D] _ _ [G] Tartoffee.
_ [Eb] _ _ [G] _ _ _ _ _ [N] _ _