Chords for De Oude Man En De Zee
Tempo:
93.95 bpm
Chords used:
F#m
D
C#
F#
A
Tuning:Standard Tuning (EADGBE)Capo:+0fret

Jam Along & Learn...
[E] [A]
[F#m] [E] [F#m]
De middagzon scheen op zijn [A] bruine huid, zijn strohoed was hem [F#m] veel te groot.
[A] vredig uit, hij had geen huis, [F#m] alleen een boot.
[D] En zoveelen bleven even [A] naar hem kijken, [Bm] en zoveelen [D] hadden graag met [C#] hem geraakt.
zee, daar [F#] waarde tijd, zo [B] traag in eeuwigheid [F#] verkleed,
met de [C#] golven mee.
aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor ogen [F#] staan.
[F#m] [E] [F#m]
De middagzon scheen op zijn [A] bruine huid, zijn strohoed was hem [F#m] veel te groot.
[A] vredig uit, hij had geen huis, [F#m] alleen een boot.
[D] En zoveelen bleven even [A] naar hem kijken, [Bm] en zoveelen [D] hadden graag met [C#] hem geraakt.
zee, daar [F#] waarde tijd, zo [B] traag in eeuwigheid [F#] verkleed,
met de [C#] golven mee.
aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor ogen [F#] staan.
100% ➙ 94BPM
F#m
D
C#
F#
A
F#m
D
C#
_ _ _ _ [E] _ _ [A] _ _
[F#m] _ _ _ _ [E] _ _ [F#m] _ _
_ _ _ _ _ De middagzon scheen op zijn [A] bruine huid, zijn strohoed was hem [F#m] veel te groot.
_ Hij sliep lang uit en zag er [A] vredig uit, hij had geen huis, [F#m] alleen een boot.
_ [D] En zoveelen bleven even [A] naar hem kijken, _ [Bm] en zoveelen [D] hadden graag met [C#] hem _ geraakt.
[F#] De aarde, de man [C#] en de zee, daar [F#] waarde tijd, zo [B] traag in _ eeuwigheid [F#] _ verkleed,
op hun eiland met de [C#] golven mee.
[F#] De aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor ogen [F#] staan.
_ Als jij nemen viel voor mij [C#] niet mee, de [B] aarde, de man [C#] en [F#m] de zee.
_ _ [E] _ _ _ _ [F#m] _ _
_ _ [E] _ _ [F#m] _ _ _
De avond bracht ik altijd [A] bij hem door, zijn wijn en vis was [F#m] ook voor mij.
_ De oude liedjes zong hij [A] mij dan voor, de avond ging te [F#m] gauw voorbij.
[D] En zijn nest was altijd voller [A] dan bij anderen, _ [Bm] maar de meeste [D] vissen liet hij [C#] toch weer vrij.
[A] _ [F#] De aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor [F#] ogen staan. _
Als jij nemen viel voor mij [C#] niet mee, de [B] aarde, de man [C#] en [F#m] de zee. _
[Gm] _ _ _ _ Sommers poepten zij nu van [A#] mijn huid, verbleekt, ze zijn [Gm] bijna vervaart.
De oude man verdween en ook [A#] zijn schuid, vergeefs heb ik naar [Gm] hem gevraagd.
Hij [D#] was samen met zijn schip in [A#] zee verzonken, want [Cm] hij bracht voor [D#] een keer te veel [D] vissen mee. _
[G] De aarde, de man en [D] de zee, daar [G] waar de tijd zo [C] traag in _ eeuwigheid [G] verglijdt.
Op hun eiland met de [D] golven neer.
[G] De aarde, de man [D] en de zee, blijven [G] _ voortaan, mij steeds [C] _ spontaan voor [G] ogen staan. _
Waarom ademt rust een werveld [D] z'n twee, _ de [C] aarde, de man [D] en [G] de zee. _ _
_ _ _ _ _ _ _ _
[F#m] _ _ _ _ [E] _ _ [F#m] _ _
_ _ _ _ _ De middagzon scheen op zijn [A] bruine huid, zijn strohoed was hem [F#m] veel te groot.
_ Hij sliep lang uit en zag er [A] vredig uit, hij had geen huis, [F#m] alleen een boot.
_ [D] En zoveelen bleven even [A] naar hem kijken, _ [Bm] en zoveelen [D] hadden graag met [C#] hem _ geraakt.
[F#] De aarde, de man [C#] en de zee, daar [F#] waarde tijd, zo [B] traag in _ eeuwigheid [F#] _ verkleed,
op hun eiland met de [C#] golven mee.
[F#] De aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor ogen [F#] staan.
_ Als jij nemen viel voor mij [C#] niet mee, de [B] aarde, de man [C#] en [F#m] de zee.
_ _ [E] _ _ _ _ [F#m] _ _
_ _ [E] _ _ [F#m] _ _ _
De avond bracht ik altijd [A] bij hem door, zijn wijn en vis was [F#m] ook voor mij.
_ De oude liedjes zong hij [A] mij dan voor, de avond ging te [F#m] gauw voorbij.
[D] En zijn nest was altijd voller [A] dan bij anderen, _ [Bm] maar de meeste [D] vissen liet hij [C#] toch weer vrij.
[A] _ [F#] De aarde, de man [C#] en de zee, [F#] blijven voortaan, mij [B] steeds spontaan voor [F#] ogen staan. _
Als jij nemen viel voor mij [C#] niet mee, de [B] aarde, de man [C#] en [F#m] de zee. _
[Gm] _ _ _ _ Sommers poepten zij nu van [A#] mijn huid, verbleekt, ze zijn [Gm] bijna vervaart.
De oude man verdween en ook [A#] zijn schuid, vergeefs heb ik naar [Gm] hem gevraagd.
Hij [D#] was samen met zijn schip in [A#] zee verzonken, want [Cm] hij bracht voor [D#] een keer te veel [D] vissen mee. _
[G] De aarde, de man en [D] de zee, daar [G] waar de tijd zo [C] traag in _ eeuwigheid [G] verglijdt.
Op hun eiland met de [D] golven neer.
[G] De aarde, de man [D] en de zee, blijven [G] _ voortaan, mij steeds [C] _ spontaan voor [G] ogen staan. _
Waarom ademt rust een werveld [D] z'n twee, _ de [C] aarde, de man [D] en [G] de zee. _ _
_ _ _ _ _ _ _ _